| Nummer |
1012 |
| Titel |
Scène uit laatste bedrijf van Bredero’s Lucelle |
| Soort |
Groepsportret |
| Beschrijving |
Groepsportret, Carpony, ten voeten uit, vierde van links, leunend op stok, staand bij levenloze lichamen in interieur |
| Kunstenaar |
Molenaer, Jan Miense (1610-1668) |
| Techniek |
Olieverf op doek |
| Afmetingen |
81 x 100 |
| Begindatering |
1639 |
| Einddatering |
1639 |
| Geportretteerde |
Onbekend |
| Geportretteerd als |
Carpony |
| Nationaliteit |
Unknown |
| Verblijfplaats |
Amsterdam, Theater Museum |
| Provenance |
Coll. M.F. Rappe, Stockholm tot 1977;
Vlg. Stockholm (Bukowski), 1-11-1977;
Leger Galleries, Londen 1977-1978;
Theater Instituut Amsterdam sinds 1978; |
| Opmerkingen |
Persoon: naam ook Carponny en Carpone.
Mogelijk staan op dit schilderij rederijkers afgebeeld tijdens de opvoering van een toneelstuk. Sommige koppen zijn portretmatig.
Scène: "de bankiersdochter Lucelle wijst een huwelijksaanzoek van een rijke baron af, omdat zij verliefd is op een zich arm voordoende klerk Ascagnes. De liefde is wederzijds, maar een geheime ontmoeting wordt verklapt en de vader van Lucelle laat vergif toedienen om de familie-eer te redden) Op de voorstelling van het schilderij is te zien hoe, links in een vertrek zojuist een Poolse afgezant is gearriveerd, om mee te delen dat Ascagnes in werkelijkheid een rijke prins is en dat hij naar zijn vaderland terug moet keren. Centraal in de voorstelling, luisteren de medeminnaar, vader en knecht verbaasd toe. Rechts lijken Lucelle en Ascagnes levenloos op de grond te liggen; met achter hen een treurende dienstmeid. (Uiteindelijk loopt alles nog goed af omdat er geen vergif, maar slaapmiddel is toegediend)" volgens Theaterinstituut 2009.
Voor dit toneelstuk baseerde Bredero zich op het stuk 'Lucelle' van Louis Le Jars uit 1563.
In 1636 maakte Molenaer een schilderij met dezelfde scène (zie Tent. cat. Amsterdam (Historisch Museum) 1968 dat zich in het Muiderslot bevindt.
Zie ook nr. 1009-1015. |